Een recent onderzoek heeft met behulp van geavanceerde technieken, zoals chemische digestie en microscopie, de aanwezigheid van microplastics en andere menselijke deeltjes aangetoond in veel gegeten vissen en schaaldieren. Wetenschappers van de Portland State University en de Oregon State University vonden microplastics en andere kunstmatige vezels in 180 van de 182 exemplaren die ze vingen voor de kust van Oregon of haalden bij viswinkels in de regio.
Denk aan bekende soorten als chinookzalm, schol, de Pacifische rivierprik, roze garnalen, kabeljauw en haring. Slechts twee vissen — één kabeljauw en één haring — hadden géén verdachte deeltjes in hun eetbare spierweefsel. Weet u nog toen u haring kocht bij de viskar van Simonis in Scheveningen? U at dus bijna zeker microplastics mee.
Volgens Science Alert bevatten de andere monsters kunstvezels, plasticdeeltjes en restmaterialen. Dit laat zien hoe alomtegenwoordig deze vervuilers inmiddels zijn in het zeeleven. erg geruststellend is het niet.
Voor deze analyse werden o.a. chemische digestie en microscopie ingezet om de deeltjes te identificeren en tellen. Soms werd infraroodspectroscopie toegepast, zodat zeker was waaruit het plastic bestond.
Het resultaat: 82% van de aangetroffen microdeeltjes waren vezels, 17% plasticfragmenten en 0,66% bestond uit plasticfolie.
Vooral roze garnalen — hopeloos populair in paëlla in Rotterdam en garnalenkroketten van Leiden tot Maastricht — blijken echte ‘microplasticsponzen’. In vers gevangen exemplaren vonden onderzoekers gemiddeld 10,68 deeltjes per gram, terwijl garnalen uit de supermarkt er 7,63 per gram bevatten.
Dit heeft waarschijnlijk te maken met de leefomgeving van de garnalen: ze zweven in de bovenste waterlagen, precies waar drijvend plastic en zoöplankton samenkomen. Chinookzalm heeft daarentegen de laagste gemiddelde hoeveelheid: slechts 0,03 deeltjes per gram. Zalm uit de Albert Heijn lijkt dus veiliger, maar 100% zeker is het niet.
“Het baart ons zorgen dat microvezels kennelijk van het darmkanaal naar ander spierweefsel migreren,” aldus ecotoxicoloog Susanne Brander van Oregon State University. Dit effect raakt niet alleen vissen: wij als consumenten krijgen ze daardoor ook binnen.
Het zijn niet alleen de populairste eetvissen die risico lopen. Ook bedreigde soorten als de Pacifische lamprei — van groot cultureel belang voor de inheemse bevolking rond de Columbia River — worden blootgesteld. Dit is niet alleen een kwestie van natuurbehoud, maar raakt ook de voedselveiligheid van lokale gemeenschappen direct.
Waarom zijn maatregelen nú nodig?
De onderzoekers adviseren dringend om plastic verpakkingen voor vis en zeevruchten te vervangen door biologisch afbreekbare alternatieven, zoals omhulsels op basis van bijenwas of aardappelzetmeel — er zijn in Utrecht al start-ups die hierop inzetten.
Een andere slimme stap is fijnmazige filters in je wasmachine. Zo worden synthetische vezels uit kleding minder snel in het afvalwater en onze mooie Noordzee geloosd — wist u dat textiel de grootste bron van microvezels in het milieu is?
Voor wie zelf minder microplastics wil binnenkrijgen: kies vaker voor kleinere vissen, spoel verse vis grondig en vraag bij uw lokale visboer naar de herkomst. Dat is geen overbodige luxe in een tijd waarin zelfs de haring tijdens de jaarlijkse ‘Vlaggetjesdag’ minieme plasticdeeltjes bevat.
Het is inmiddels 2025: tijd om ons visje plasticvrij te houden, toch?